Pups

De PBGV is een zelfstandige en ondernemende hond, met een duidelijke eigen wil, zoals alle Vendéens. Dat betekent dat hij zijn eigen weg zou kunnen gaan, en daarbij geen rekening houdt met de rest van de meute of groep (gezinsleden).In de meute hoort een leider te zijn en daar dient ook een Vendéen zich onvoorwaardelijk aan te houden. Als er geen leider aanwezig is wordt de Petit Basset onzeker of hij neemt zelf de leiding op zich met alle problemen van dien!

Ontwikkelingsfase

Zoals elke hond, doorloopt ook de Basset Griffon Vendéen, vanaf de geboorte tot het volwassen worden, een aantal ontwikkelingsfasen ieder met zijn specifieke kenmerken:

  1. 1. Vegetatiefase
  2. 1e + 2e week na de geboorte: de pup is blind en doof, en kan alleen drinken, slapen en piepen.

  3. 2. Overgangsfase
  4. 3e week na de geboorte: de ogen en oren gaan open, de pup gaat lopen en het nest verkennen. In de natuur zullen de pups rond de 18e dag het nest proberen te verlaten. Een andere (volwassen) hond zal zich nu op de pups "storten", de pups zullen zich gillend op de rug laten vallen en proberen zo snel mogelijk naar het nest terug gaan.
    De pups hebben nu geleerd:

    a. Absolute gehoorzaamheid aan alles wat in rang hoger is.
    b. Onderwerping aan een in rang hogere roedelgenoot.
    c. Het nest is veilig

    Let op:

    Straf nooit een hond die in zijn mand ligt (het nest moet een veilige plaats zijn).
    Stuur nooit een hond voor straf naar zijn mand (de veilige plaats).
    Straf nooit een hond als deze zich onderworpen heeft aan een hogere in rang, dus bijvoorbeeld als hij op zijn rug ligt.

  5. 3. Inprentingfase
  6. 4e t/m 7e week: de pup is volledig ontwikkeld. In deze korte periode moet de pup zoveel mogelijk (positieve) contacten hebben met mensen, dieren en dingen. Groeit de pup geïsoleerd op (bijvoorbeeld in een schuur op een afgelegen boerderij), dan groeit deze pup op tot een contactarme hond, die altijd - de rest van zijn leven - bang zal zijn voor mensen en dieren. Dit gedrag is nooit meer helemaal te corrigeren. Deze contactarme honden zullen uit angst snel bijten en worden vaak angstbijters.

  7. 4. Socialiseringsfase
  8. 8e t/m 12e week: de pup gaat mee naar zijn nieuwe tehuis. Wen de pup in deze periode aan b.v. auto's, bussen, trams, treinen, winkelcentra, etc. Mocht hij schrikken, spreek hem nooit troostend toe (=beloning van het schrikgedrag -> pup zal de volgende keer nog harder schrikken), maar praat rustig en zelfverzekerd met de pup. Wees consequent in uw opvoeding (wat eens mag, mag altijd - wat niet mag, mag nooit). Beloon en straf de pup op het juiste moment: dus niet te vroeg en niet te laat.

  9. 5. Rangordefase
  10. 13e t/m 16e week: de pup wordt zelfstandiger, en gaat zijn toekomstige plaats in de sociale omgeving bepalen. Hij gaat grommen bij zijn voederbak, of bijt te hard bij een spelletje. Op u rust nu de verantwoording dit jonge dier te begeleiden tot een volwassen, stabiele hond.
    Begin er meteen mee! Wacht niet tot de hond wat ouder is geworden en laat geen enkel opstandig gedrag over uw kant gaan.
    Geef hem de begeleiding die zijn moeder hem ook zou geven: door hem te liefkozen en te leren te luisteren, door hem op "hondse" manier te "straffen" bij opstandig gedrag.

  11. 6. Puberteit
  12. Ca. 7 a 8 maanden: de hond zal zich gaan verzetten tegen de baas - hij is ongehoorzaam - Ze zijn Oost-Indisch doof en dagen de baas uit. De hond probeert duidelijk zelf de baas te worden. Blijf consequent!!! Als de hond een oefening niet wil doen, dan helpt u hem daarbij, en beloont u hem als hij het goed doet. Wordt nooit boos - uw hond moet dit proberen - hij kan niet anders! Met vriendelijk en consequent handelen helpt u de hond door deze voor hem moeilijke periode heen en de hond zal u aan het eind van deze periode nog steeds als zijn leider beschouwen.

    Wat gebeurt er nu als U geen leider bent voor uw Petit Basset Griffon Vendéen?

    Zodra de Petit in de puberteitsfase komt en hij ziet zijn baas niet als leider, dan zal hij zichzelf als leider van de roedel opstellen. Wat betekent dat nu in de praktijk?
    Stel de hond ligt op de bank en u wilt daar gaan zitten. De hond ziet u dus NIET als leider en u wilt de hond van de bank afjagen. U doet nu iets waar de eigenzinnige Basset Griffon Vendéen geen zin in heeft. Hij zal u (de ondergeschikte) willen corrigeren, en hij gromt tegen u. U negeert deze correctie en begint hem van de bank of te trekken. De hond vindt dit helemaal niet leuk en laat dat u ook blijken. Nu is Leiden in last en u vindt uw Petit ineens niet zo leuk en aardig meer: hij doet "vals" en u denkt gelijk aan de kinderen waar die misschien ook wel vals tegen kan gaan doen: hij moet weg. Maar... niet uw hond is vals - u bent een slechte roedelleider!!! De hond kon in zijn situatie als roedelleider niet anders optreden (het instinct om te overleven) en moest instinctief zo handelen! In werkelijkheid heeft de Petit Basset-pup geboft, want u neemt de moeite om een goede leider te worden!